Notificaties

Geen nieuwe notificaties

Terug naar tafelrondes

Alle raadsels

Test je kennis: typ je antwoord bij elke vraag en klik op controleren.

Los deze oefening op van het derde leerjaar:  1, 2,3,4 en 5 zijn de cijfers die je moet gebruiken en elk cijfer mag maar één keer voorkomen .

Los deze oefening op van het derde leerjaar: 1, 2,3,4 en 5 zijn de cijfers die je moet gebruiken en elk cijfer mag maar één keer voorkomen .

Vorm 24 met de getallen 1, 3, 4 en 6 door enkel gebruik te maken van de standaardbewerkingen (+ * / -).
Elk getal moet en mag maximum 1 keer gebruikt worden.
B

Vorm 24 met de getallen 1, 3, 4 en 6 door enkel gebruik te maken van de standaardbewerkingen (+ * / -). Elk getal moet en mag maximum 1 keer gebruikt worden.

Er zijn twee kamers. In één van de kamers hangt een lamp. In de andere kamer bevinden zich enkel drie lichtschakelaars. 
Het is de bedoeling dat je uitzoekt welke van deze de schakelaars de lamp doet branden. Je mag hierbij de kamer waar de lamp zich bevindt maar één keer betreden. Hoe?

Er zijn twee kamers. In één van de kamers hangt een lamp. In de andere kamer bevinden zich enkel drie lichtschakelaars. Het is de bedoeling dat je uitzoekt welke van deze de schakelaars de lamp doet branden. Je mag hierbij de kamer waar de lamp zich bevindt maar één keer betreden. Hoe?

In een straat staan 100 huizen. De huizen zijn genummerd van 1 tot en met 100. Elk huisnummer komt 1 keer voor in de straat. Hoeveel negens staan er in totaal in al deze huisnummers?
D

In een straat staan 100 huizen. De huizen zijn genummerd van 1 tot en met 100. Elk huisnummer komt 1 keer voor in de straat. Hoeveel negens staan er in totaal in al deze huisnummers?

Wat moet er staan op de plaats van het vraagteken?
B

Wat moet er staan op de plaats van het vraagteken?

5 machines doen er 5 minuten over om 5 laptops te maken. Hoeveel minuten doen 100 machines er dan over om 100 laptops te maken?
C

5 machines doen er 5 minuten over om 5 laptops te maken. Hoeveel minuten doen 100 machines er dan over om 100 laptops te maken?

Denkvraag. In een bak met 12 knikkers zitten er 5 rode, 4 blauwe en 3 gele.
Germaine neemt twee knikkers uit deze bak. Wat is de kans dat deze dezelfde
kleur hebben?
B

Denkvraag. In een bak met 12 knikkers zitten er 5 rode, 4 blauwe en 3 gele. Germaine neemt twee knikkers uit deze bak. Wat is de kans dat deze dezelfde kleur hebben?

Een figuur bestaat uit drie cirkels en twee lijnen. Hoeveel snijpunten kunnen er maximaal zijn?
B

Een figuur bestaat uit drie cirkels en twee lijnen. Hoeveel snijpunten kunnen er maximaal zijn?

In Gent wonen een aantal studenten samen in een studentenhuis waar enkel Grieks,
Italiaans en Engels gesproken wordt. 3 studenten spreken Grieks, Italiaans en Engels. 7 studenten
spreken Engels. Twee studenten zijn tweetalig en spreken enkel Grieks en Italiaans. Één
studentje spreekt Engels en Grieks. Eén van de studenten spreekt alleen maar Italiaans en drie
alleen maar Grieks. Hoeveel studenten wonen er in het studentenhuis?
C

In Gent wonen een aantal studenten samen in een studentenhuis waar enkel Grieks, Italiaans en Engels gesproken wordt. 3 studenten spreken Grieks, Italiaans en Engels. 7 studenten spreken Engels. Twee studenten zijn tweetalig en spreken enkel Grieks en Italiaans. Één studentje spreekt Engels en Grieks. Eén van de studenten spreekt alleen maar Italiaans en drie alleen maar Grieks. Hoeveel studenten wonen er in het studentenhuis?

In een magisch vierkant van 3x3 vakjes is de som van de drie getallen in elke rij, in elke kolom en op de twee diagonalen gelijk. Deze som noemt men de magische constante van het magisch vierkant. Wat is de magische constante van nevenstaand magisch vierkant?
B

In een magisch vierkant van 3x3 vakjes is de som van de drie getallen in elke rij, in elke kolom en op de twee diagonalen gelijk. Deze som noemt men de magische constante van het magisch vierkant. Wat is de magische constante van nevenstaand magisch vierkant?

Vul op de punten de medeklinkers in van een vrij bekend woord. Alle klinkers zijn reeds zichtbaar.
Tip: In de lente en de zomer lig ik in een kast, in de herfst en de winter mag ik er terug uit.
Welk woord zoeken we?
C

Vul op de punten de medeklinkers in van een vrij bekend woord. Alle klinkers zijn reeds zichtbaar. Tip: In de lente en de zomer lig ik in een kast, in de herfst en de winter mag ik er terug uit. Welk woord zoeken we?

Wat zie je op deze premiejager?
D

Wat zie je op deze premiejager?

Welk getal moet op de plaats van de vraagtekens komen?
C

Welk getal moet op de plaats van de vraagtekens komen?

Op de kermis kan je meedoen aan het spel “Fruitraden”. Op een tafel staan vier afgesloten
dozen. In elke doos zit een verschillend stuk fruit, te weten een appel, een peer, een meloen
of een mango. De bedoeling van het spel is natuurlijk om te raden in welke doos welk stuk
fruit zit.
Er zijn 100 deelnemers die allemaal hun uiterste best doen om alle vier de stukken fruit goed
te raden. Na afloop blijkt dat 23 mensen geen enkel stuk fruit goed hebben geraden, 58
mensen precies één stuk fruit goed heeft en 14 mensen precies twee stukken fruit goed
hebben geraden. Hoeveel mensen hebben precies drie stukken fruit correct geraden? En
hoeveel mensen precies vier?
B

Op de kermis kan je meedoen aan het spel “Fruitraden”. Op een tafel staan vier afgesloten dozen. In elke doos zit een verschillend stuk fruit, te weten een appel, een peer, een meloen of een mango. De bedoeling van het spel is natuurlijk om te raden in welke doos welk stuk fruit zit. Er zijn 100 deelnemers die allemaal hun uiterste best doen om alle vier de stukken fruit goed te raden. Na afloop blijkt dat 23 mensen geen enkel stuk fruit goed hebben geraden, 58 mensen precies één stuk fruit goed heeft en 14 mensen precies twee stukken fruit goed hebben geraden. Hoeveel mensen hebben precies drie stukken fruit correct geraden? En hoeveel mensen precies vier?

Op een aantal spelkaarten staat aan de ene kant een letter en aan de andere kant een cijfer. Op tafel liggen vier van deze kaarten met naar boven respectievelijk een A, D, 4 en 7. Iemand beweert: “Als er aan de ene kant van een kaart een klinker staat, staat er aan de andere kant een even getal.” Welke kaarten moet je omdraaien om te controleren of deze bewering waar is?
C

Op een aantal spelkaarten staat aan de ene kant een letter en aan de andere kant een cijfer. Op tafel liggen vier van deze kaarten met naar boven respectievelijk een A, D, 4 en 7. Iemand beweert: “Als er aan de ene kant van een kaart een klinker staat, staat er aan de andere kant een even getal.” Welke kaarten moet je omdraaien om te controleren of deze bewering waar is?

Items per pagina: