Bloedbad van München

De gijzeling van een aantal atleten en de rampzalige mislukking van een reddingspoging maakten de Olympische Spelen van 1972 tot een tragedie.

Het vuurgevecht tussen de politie van München en Palestijnse terroristen leidde tot een slachting waarbij alle negen gegijzelde atleten omkwamen. Acht leden van de organisatie ‘Zwarte September’ wisten binnen te dringen in het Olympisch dorp, dat slechts beperkte beveiliging kende, en vielen het Israëlitisch onderkomen binnen. Zij doodden twee atleten en namen er negen in gijzeling. Ze eisten de vrijlating van ruim tweehonderd Palestijnse gevangenen in Israël, en de Duitse autoriteiten waren bereid hun een vrijgeleide toe te staan om te voorkomen dat weer Israëlitisch bloed zou vloeien op Duitse bodem. Op het laatste moment werd echter toch besloten tot een reddingsactie – een desastreuze beslissing omdat de politie van München, net als die in heel Europa, weinig ervaring had met terreur en nog minder met het hanteren van een gijzeling. Scherpschutters op verkeerde posities, een politieteam op het vliegveld dat zijn missie niet uitvoerde en slechte communicatie zorgden voor een rampzalige afloop. De gegijzelden, een politieman en vijf terroristen kwamen om. Drie andere terroristen werden gevangengenomen, maar een paar weken later, toen een Duits lijnvliegtuig door hun collega’s werd gegijzeld, werden ze vrijgelaten.

bloedblad munchen

De spelen gingen ondanks alles door, maar het Westen was zich vanaf die tijd terdege bewust van de gevaren van moderne terreur en van de noodzaak om maatregelen te treffen. De Palestijnse zaak werd een centrale kwestie in de relatie tussen het Westen en de Arabische wereld, en das niet veranderd.