Mahatma Gandhi wordt vermoord

Extremist vermoordt Gandhi, de vader van geweldloze burgerlijke ongehoorzaamheid.

Mohandas ‘Mahatma’ Gandhi was laat toen hij Birla House in Delhi verliet om zijn vaste gebedsbijeenkomst bij te wonen. Als wijs staatsman had hij bemiddeld tussen de premier en de vicepremier van het nieuwe onafhankelijke India. De 78-jarige Gandhi kon zich niet haasten, want hij was verzwakt na een vastenperiode, bedoeld om een verzoening tussen hindoes en moslims aan te moedigen. Twee achternichten hielpen hem door de menigte, toen er iemand opdook en boog om de voeten van de mahatma aan te raken. Als reactie bracht Gandhi zijn handen samen en glimlachte, maar toen de man opstond trok hij een revolver en schoot drie keer. Gandhi vormde met zijn lippen de naam van de god Rama en zijn broze lichaam zakte op de grond.

Moord Gandhi

Gandhi had geweten dat zijn leven gevaar liep omdat er tien dagen eerder een bom was ontploft bij een gebedsbijeenkomst. Sinds zijn eerste geweldloze actie van burgerlijke ongehoorzaamheid in 1919, had hij geleefd met een mogelijke dood en zocht “mijn vrede te midden van wanorde”. Na de onafhankelijkheid bereikten de spanningen in India een kookpunt. Er werd gevreesd dat een moslim hem zou vermoorden, maar hij werd gedood door Nathuram Godse van de rechts hindoe-organisatie Mahasabha.
De wereld was geschokt en machtige leiders bewezen eer aan de man die geen politieke positie bekleedde. In India riep premier Nehru succesvol op tot kalmte. Bloedvergieten zou een belediging zijn geweest voor hij die geweldloosheid belichaamde.